Jan van Gerven: Waar heb ik dit nou weer aan verdiend?

Hoofdschuddend stond Jan van Gerven in het bivak in Iquique; een plaats waar hij helemaal niet hoorde of wilde zijn. Een diepe plas op 230 kilometer in de proef naar Uyuni betekende het eind van de Dakar 2015 voor de motorrijder. “Wéér in de marathonetappe en wéér om iets doms, wat niet had gehoeven. Waar heb ik dit nou weer aan verdiend?”

 

Jan van Gerven was net goed op dreef in deel 1 van de marathonetappe. Hij reed rond de 42ste plaats en reed naar eigen zeggen hartstikke lekker. Door de hevige regen op het parkoers stonden overal plassen. De diepte daarvan was niet in te schatten. “Ik was al over zo veel plassen heen gesprongen. Op een gegeven moment kwamen we op een open weide. Naast me waren er twee aan het glibberen, voor me zag ik een stuk of tien sporen op het groen. Ik zag de plas en ik zag aan de sporen dat de anderen daar ook gesprongen waren, dus rem af en geef gas om te springen. Ik kwam ook aan de overkant, maar de achterkant van de motor niet. De uitlaat, het zadel, dat kwam onder water. De motor hield er meteen mee op. Door de snelheid reed ik nog een meter of tien door.”

 

De eerste actie was de motor op z’n kop zetten om het water eruit te laten lopen. Toen Van Gerven de boel open schroefde zag hij de filterbak vol water zitten. Zijn BAS Dakar-maten waren ondertussen ook gearriveerd. “Dan sta je met vijf man op een open vlakte in de stromende regen naar die motor te kijken en niemand van ons kan goed sleutelen of had het goede gereedschap bij zich. Die jongens moesten door, dat snap ik. Maar ik had geen zin om net als vorig jaar op 4000 meter hoogte in de wildernis de nacht door te brengen. Met of zonder motor, dat kon me niet schelen, maar ik moest daar weg.”

 

Binnen tien minuten was er een Boliviaan met een Landcruiser ter plaatse, gecharterd door de andere BAS-jongens. De achterbank ging eruit en de motor en Van Gerven erin. “Zo zijn we in vijf uur tijd richting Uyuni gehobbeld. Dat  was nog een heel avontuur. Ondertussen belde ‘Parijs’ me steeds op omdat ze me niet op de tracking zagen. Logisch, want ik had de stekker van de iritrack eruit getrokken. Ik denk: dat los ik later wel weer op, ik klets me er wel uit. Dus ik heb gezegd dat ik oké was en dat de iritrack wel last van het water zou hebben.”

 

In Uyuni zocht Van Gerven een garage op, amper 100 meter van de kazerne waar het bivak was ingericht. Daar werd de motor weer in elkaar gezet, maar lopen deed ‘ie niet. Met de motor aan de hand ging Van Gerven het bivak in. Tot 3 uur ’s nachts (7 uur Nederlandse tijd) werd geprobeerd de motor weer aan de praat te krijgen, maar niets hielp. “Geen leven in te krijgen. Het is echt dikke pech. We hebben overal onderdelen liggen, een blok in de vrachtwagen bij Eimbert Timmermans. Maar daar heb je niks aan op de marathonetappe. Dat zal je altijd zien, dat zoiets op een dergelijke etappe gebeurt. Vorig jaar ging ik er in de marathonetappe uit door domme pech, iets wat niet had gehoeven. En nu weer. Waarom? Waar heb ik dit aan verdiend? Ik ben de hele rally niet één keer gevallen. Ook niet bij die plas. Dit doet gruwelijk pijn.”

 

Vanochtend zwaaide Van Gerven zijn maats uit die naar de start vertrokken. Met de organisatie kon hij meevliegen naar Iquique, waar hij iets na de middag (lokale tijd) arriveerde.

Geen reacties

Plaats een reactie